Deep Dive, door Jakoba van der Mei –
Duurzame energie opgewekt met windturbines leek lange tijd de heilige graal voor de energietransitie. Maar door negatieve prijzen, afname van subsidies en beperkte plaatsingsmogelijkheden is de groei tot stilstand gekomen. Jakoba van der Mei, Investment Director van het ASN Energie & Innovatiefonds, vertelt waar nog wél opwek- en investeringsmogelijkheden liggen.
Het aantal windprojecten stagneert al jaren. Zoals je in onderstaande tabel kunt zien, neemt sinds 2021 het aantal ontwikkelde megawatt af. Daarmee stagneert de capaciteit van megawattpieken net onder de 7 gigawatt. Onder de tabel legt Jakoba uit hoe dat komt.
Oorzaken stagnatie
Beperkte ruimte
“Dat heeft te maken met aantal beschikbare locaties. Maar ook regelgeving over afstand tot woonhuizen en wettelijk toegestane geluidsnormen spelen hierin een grote rol,” legt Jakoba uit. “Zo gaan de nieuwe normen voor windturbines die voortkomen uit het Nevele-arrest (2021) per 1 januari 2027 in werking. Op zee is er nog genoeg ruimte*, maar dat zijn doorgaans heel grote projecten, die momenteel buiten onze scope vallen.”
*Zie: Windenergie op zee- Rijksoverheid
SDE-subsidie neemt af
“Het zijn vooral de marktontwikkelingen die de ontwikkeling van nieuwe windparken in de weg staan,” weet Jakoba. “De overheid heeft flink gesnoeid in SDE-subsidies: de subsidies vanuit de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie. Voorheen kreeg je voor elk megawatt die je leverde aan het net subsidie, ongeacht de prijs. Sinds 2016 is dat anders: als de prijzen langer dan een bepaalde tijd negatief zijn, dan krijg je geen vergoeding meer uit de subsidie. Die tijd wordt steeds korter; nu is dat al een uur.”
Netcongestie
Die negatieve prijzen zijn het gevolg van de onbalans tussen vraag en aanbod, zoals je kunt lezen in het blog van Joost Vlot: StartGreen ziet kansen in de netcongestie. Jakoba: “Je kunt het vergelijken met de boterberg. In de jaren zestig ontstond er een gigantisch overschot aan geproduceerde boter als direct gevolg van productiesubsidies voor de landbouw. De overheid wil ook nu geen productie subsidiëren bij (langdurig) negatieve marktprijzen. Maar als een turbine er eenmaal staat, zijn de productiekosten van windenergie relatief laag, dus het is zonde als je een zon of windpark moet uitzetten.”

Hoe kan het nog wél?
Om te voorkomen dat je duurzaam opgewekte energie niet kwijt kunt, zoeken ontwikkelaars en financiers naar manieren om al bestaande projecten beter te benutten. Een daarvan is zogenoemde ‘systeemintegratie’: een windpark combineren met een batterij, een zonnepark of een directe afnemer – of met een combinatie van deze componenten. Dat noemen we ook wel een ‘colocatie’.
Wind en opslag
Met een EOS (Elektriciteit Opslag Systeem, ook bekend als BESS: Battery Energy Storage System), kun je elektriciteit opslaan voor later gebruik. Zo verminder je piekbelasting en congestie en help je het energiesysteem stabiel en duurzaam te maken. Dat is enorme winst voor de energietransitie en om die reden investeert StartGreen in opslag.
Jakoba: “En dan is er nog een nieuwe, interessante ontwikkeling: de overheid biedt vanaf mei 2026 een nieuwe, zogenoemde Flex-e-subsidie aan om investeringen in flexibiliteit te stimuleren. Je kunt op de aanschaf van een EOS voor maximaal 40 procent van de aanschafwaarde subsidie aanvragen, tot een maximum van € 300.000. Dit verlaagt de drempel om in een colocatie te investeren aanzienlijk.“
In een van onze StartGreen Insights beschrijft Guus Bronkhorst de invloed van de geopolitieke situatie op energy trading via opslag: Flexibiliteit als fundament: waarom BESS ons beschermt tegen geopolitieke en fossiele risico’s
Wind en zon
Daarnaast is het interessant om te kijken of er een zonnepark in de buurt ligt. “Wind en zon zijn meestal complementair,” legt Jakoba uit. “Het waait vaak wanneer de zon niet schijnt. De zon schijnt vaker en langer in de zomer en overdag, en het waait meer in de winter en ‘s nachts. Door turbines te combineren met zonnepanelen, kun je op een constantere wijze elektriciteit produceren. Dit betekent een hogere leveringszekerheid, wat voor (directe) lokale afname veel toegevoegde waarde kan bieden.”
Wind en directe afname
Door het afbouwen van de SDE als financiële zekerheid, zoekt StartGreen naar andere oplossingen om de inkomsten van turbines te versterken. “Dat kan door energiehubs te ontwikkelen, zoals een laadplein naast een windmolenpark. Of door direct te leveren aan een lokale, vaak industriële partij die door de netcongestie geen aansluiting kan krijgen. Daarmee sluit de ontwikkelaar van het windpark dan een cPPA (Corporate Power Purchase Agreement). Met zo’n overeenkomst creëer je vaste afname voor je opgewekte megawatts, waardoor de turbine minder vaak stilgezet hoeft te worden. De afnemer krijgt gegarandeerd stroom, waardoor uitbreiding of aansluiting in een congestiegebied tóch mogelijk wordt. Een win-win(d)situatie dus.”
Door bovenbeschreven ontwikkelingen financieren de StartGreen-fondsen momenteel vooral kleinschalige windprojecten, vaak met een plan voor systeemintegratie zoals opslag of een laadplein.
Jakoba: “Omdat de markt steeds complexer wordt, moet je goed weten waar je mee bezig bent. Doordat de SDE-subsidies geen garantie meer zijn en marktprijzen fluctueren, zijn de risico’s op de windmarkt behoorlijk toegenomen. Daarom is kennis en kunde nodig bij zowel de ontwikkelaar en de projecteigenaar als de financier.“
Wind op land
StartGreen richt zich met name op wind op land en near shore: turbines in het IJsselmeer, zoals bij Windpark Fryslân, dat met 10 miljoen euro burgerparticipatie via Invesdor is gefinancierd. Daarnaast is windenergie tijds- en kapitaalintensiever dan zon. Een windpark ontwikkelen duurt al snel 5 tot 10 jaar, terwijl een zonnepark doorgaans binnen 5 jaar gerealiseerd wordt.’
“De initiële investeringskosten per megawattpiek (MWp) liggen bij wind op land doorgaans tot twee keer hoger dan bij grootschalige zonneparken,” licht Jakoba toe.
“Wind op land realiseert gemiddeld twee keer zoveel productie-uren als zonneparken, wat resulteert in een lagere kostprijs per geproduceerde kilowattuur. Bovendien levert een windturbine op land de stroom gelijkmatiger verspreid over het jaar, waardoor de opbrengst per geïnstalleerde MWp vaak hoger uitvalt dan bij zonnepanelen, die vooral gelijktijdig produceren. Hierdoor is wind op land, ondanks de hogere investering, aantrekkelijk voor een stabielere en hogere energieopbrengst.“
Repowering: circulair gebruik
Verder ziet Jakoba een golf aan repowering aankomen. “De eerste turbines staan er inmiddels al meer dan twintig jaar. We gaan nu vanuit een circulariteitsperspectief nadenken over hoe we bestaande projecten zo goed mogelijk kunnen inzetten voor de energietransitie. Ik zie veel kansen in het beter benutten van bestaande capaciteit, ook vanuit financieringsperspectief. Bijvoorbeeld door opslag en daarmee flexibiliteit toe te voegen. En sommige oudere turbines leveren te weinig capaciteit: nieuwe modellen kunnen al veel meer energie leveren. Als we de oude turbines vervangen, blijft het landgebruik hetzelfde.”
Hoe is het met het draagvlak voor windmolens?
“Not In My Backyard leeft nog wel,” aldus Jakoba. “Daardoor besluiten burgers soms om de ontwikkeling in eigen hand te nemen. Wij Duurzaam Staphorst is zelf Windpark Bovenwind gaan ontwikkelen toen de provincie Overijssel haar regionale energiedoelstellingen bekendmaakte, onder het mom “Dan doen we het liever zelf.”Technologische innovaties
Wat de berichten over nadelige effecten op het milieu betreft: al na drie tot zes maanden is de CO2-uitstoot voor productie tenietgedaan door de opbrengst, weet Jakoba. “Bovendien zijn er steeds meer technologische innovaties om eventuele ecologische en omgevingsimpact te beperken. Zo is er bij Windpark Krammer en Zeewolde een zeearendendetectiesysteem die ervoor zorgt dat turbines stilstaan wanneer zeearenden in de buurt komen. En net als bij de ontwikkeling van een zonnepark moet er voor de ontwikkeling een Milieu Effect Rapportage (MER) worden gemaakt.”
Investeren in coöperatieve ontwikkeling
StartGreen helpt ook graag lokale initiatieven realiseren. Energiefonds Overijssel doet dat in Overijssel en het ASN Energie & Innovatiefonds in de overige provincies: samen bieden we een landelijke dekking. Energiefonds Overijssel heeft de Lokale Energie Initiatieven – Faciliteit (LEI-F) in het leven geroepen: daarmee kunnen coöperaties de ontwikkeling van een project financieren. “Denk aan een vergunning en subsidie aanvragen, onderzoeksrapporten laten maken en afspraken met bouwer en netaansluiting regelen. Pas als dat allemaal rond is, stappen wij in – eventueel samen met een bank – om de bouw en exploitatie te financieren.”
In eigen hand
Een mooi voorbeeld van een coöperatief project is Windpark Bovenwind. Een windpark van 12,9 MWp met drie turbines, dat sinds 2024 stroom levert in de regio Staphorst.
Jakoba: “Windpark Bovenwind is volledig in eigen hand ontwikkeld door coöperatie Wij Duurzaam Staphorst met steun van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Het ASN Energie Innovatiefonds heeft dit mogelijk gemaakt met een senior lening aan het project. Honderd procent van de opbrengst vloeit terug naar de lokale gemeenschap. De coöperatie is nu aan het onderzoeken of ze er een EOS bij kunnen plaatsen om de waarde van de opgewekte duurzame stoom te optimaliseren.“
Nieuwe rol: Facility en Security Agent
Kreekraksluis is met 16 turbines een grootschalig onshore windpark van 40 MWp, dat al 13 jaar operationeel is. Het is door ASN Energie & Innovatiefonds voorgefinancierd en later gedeeltelijk verkocht aan Triodos. Jakoba:
“Bij dit soort grote projecten is een van de financiers de agent: die neemt de regie namens de andere financiers. Die rol heeft StartGreen recent overgenomen. Het is de eerste keer dat we als Facility en Security Agent namens de leningnemers de zekerheden beheren en de regie over de leningen voeren. Hoewel het een nieuwe rol voor StartGreen is, is die niet nieuw voor mij: ik heb ervaring met grootschalige projecten opgedaan bij Sumitomo Mitsui Banking Corporation. Ook hebben we de systemen in huis voor de uitvoer.”
Lokale afnemers
Het ASN Energie & Innovatiefonds is bezig met de ontwikkeling van twee windparken met lokale afnemers. “Een windpark in Veghel vormt de basis voor een energiehub van een laadplein voor elektrische (vracht)auto’s en een batterij. Daarnaast zijn we bezig met de financiering van een windpark in Zeeland. De twee turbines beogen levering aan een agrarische afnemer. Beide parken hebben zo een positief effect op de netcongestie in dit gebied.”
